“Moeten we nu alweer een betoog schrijven?”, klinkt het in de vwo-4-klas van docente Nederlands Janine. Terwijl de ene leerling een gefrustreerde blik naar het plafond werpt, valt het hoofd van de andere moedeloos voorover op tafel.
In de bovenbouw van veel middelbare scholen heerst een vergelijkbare schrijfmoeheid. Dat is niet zo gek als we kritisch kijken naar het huidige curriculum. Leerlingen worden enkel nog getoetst op zakelijk schrijven. Creatievere schrijfvormen die leerlingen over het algemeen meer aanspreken, zijn al jaren nagenoeg afwezig in de bovenbouw. Dat moet anders, vindt Anouk ten Peze, docente Nederlands aan het Mendelcollege in Haarlem.
Bewijs uit de praktijk
Anouk heeft recht van spreken: ze deed promotie-onderzoek naar creatief schrijven. “Ik onderzocht wat het verschil was tussen het creatieve en het zakelijke schrijfproces van leerlingen in de bovenbouw havo/vwo. Uit de resultaten bleek dat leerlingen bij creatief schrijven sneller werkten. De leerlingen reviseerden minder tijdens het schrijfproces en leken dus meer in een flow te komen. Bovendien waren de teksten meestal langer dan hun zakelijke tegenhangers. Een andere belangrijke conclusie was dat leerlingen betere teksten schreven als ze schrijven leuk vonden en als ze zichzelf creatief vonden. Motivatie en zelfvertrouwen zijn dus enorm belangrijke aspecten binnen het schrijfonderwijs.”
In een tweede onderzoek bekeek Anouk wat het verband was tussen zelf opgezette lessenseries creatief schrijven en zakelijk schrijven. “Hieruit bleek dat leerlingen die eerst creatief hadden geschreven, daarna betere zakelijke teksten schreven. Er leek dus een transfer te zijn van het creatieve naar het zakelijke schrijfproces.”
Creativiteit als basis
Eerder dit jaar publiceerde SLO de definitieve conceptkerndoelen Nederlands. Daarin krijgt creatief taal-gebruik weer meer ruimte. Anouk: “Ik ben blij dat creatief schrijven weer onderdeel wordt van het curriculum. Daarnaast ben ik blij met de keuze voor de term ‘creatief taalgebruik’ in de nieuwe kerndoelen. Creativiteit krijgt daarmee niet alleen ruimte bij schrijven, maar ook bij andere onderdelen van het vak. Denk bijvoorbeeld aan spreekvaardigheid. Dit nodigt ook uit voor meer samenhang tussen de verschillende onderdelen.”
Ook buiten het vak Nederlands moet creativiteit volgens Anouk een grotere rol krijgen. “Uit het recentste PISA-onderzoek naar creatief denken blijkt dat Nederlandse leerlingen net onder het gemiddelde scoren. Daar komt bij dat slechts 30% van de ondervraagde Nederlandse leerlingen creativiteit beschouwt als een vaardigheid die je kunt verbeteren.”
Creativiteit laten groeien
Anouk vervolgt: “Als je denkt dat je je creatieve vaardigheden niet kunt ontwikkelen, ben je ook niet gemotiveerd er iets mee te doen. Hier is een belangrijke taak voor het onderwijs weggelegd. Als docent kun je leerlingen laten zien dat ze creatief gezien wel degelijk kunnen groeien, maar dat ze daarvoor wel moeten oefenen. Als daarmee het zelfvertrouwen groeit, is de kans op betere prestaties ook hoger.”
Leg uit en begeleid
Creatief schrijven biedt een uitgelezen mogelijkheid om hiermee aan de slag te gaan. “Houd het echter niet bij oefenen, maar geef je leerlingen ook achtergrond-informatie. Leg ze uit wat creatief denken is, waarom het belangrijk is en op welke momenten ze het kunnen inzetten. Vertel ze daarnaast dat ze door middel van oefening beter worden. Doordat ze beter begrijpen
wat ze doen, groeien motivatie en zelfvertrouwen.”
Een ander belangrijk onderdeel van creatief schrijven is het divergent denken. Anouk legt uit: “Je daagt je leerlingen dan uit om zoveel mogelijk ideeën te bedenken, zonder enig oordeel. Alles mag, niets is fout. Uit die ideeën kies je er eentje, dat je vervolgens met een nieuwe brainstormsessie weer alle ruimte geeft. Ook dit moeten kinderen leren. Je moet ze hier dus wel in begeleiden. Geef ze bijvoorbeeld een denkopdracht mee. Of werk met verhalendobbelstenen. Leerlingen gaan door deze werkwijze zien dat hun eerste idee niet per se het beste is.”
Gebruik wat er al is
Het lijkt misschien lastig om creatief schrijven in te passen in een toch al volle agenda. Toch hoeft dat volgens Anouk helemaal niet ingewikkeld te zijn. “Gebruik wat er al is. Zo is Het Schrijflab, de lessen-serie uit mijn onderzoek, gewoon online beschikbaar. Verdeel daarnaast je krachten: creatief schrijven hoeft echt niet binnen de muren van het lokaal Nederlands te blijven. Ook docenten biologie, maatschappijleer of geschiedenis kunnen korte schrijfopdrachten geven, bijvoorbeeld aan de hand van foto’s.”
Ten slotte is het volgens Anouk erg belangrijk dat je iets met de geschreven teksten doet. “Een leerling schrijft om gelezen te worden. Omdat ik als docent vanwege tijdgebrek niet alles kan lezen, zet ik regel-matig klasgenoten in. In groepjes van vier wisselen de leerlingen teksten uit. Iedere leerling schrijft een tip en een top op voor de andere groepsgenoten. In de klas behandel ik dan nog verhalen die opvielen. Ook hierdoor groeit de motivatie.”
Van schrijfmoeheid naar schrijfhonger
De kernboodschap van Anouk is duidelijk: “Geef leerlingen vertrouwen in hun eigen creatieve vermogen. Leer ze dat ze daarin kunnen groeien. Daarmee groeit de motivatie, wat ten goede komt aan de prestaties. Ook bij andere schrijfopdrachten.” Creatief schrijven kan bovendien zomaar het geheime wapen zijn tegen schrijfmoeheid. De verlammende weerzin waarmee leerlingen een schrijfopdracht ontvangen, kan met de juiste begeleiding zomaar omslaan in een onstilbare schrijfhonger.


Bezig met laden...
Reacties